Oude Vergiftige Stortplaatsen in Nederland

Locaties mogelijke bodemverontreiniging op provinciale website

In Fryslân is in de loop van 2004 een provinciedekkend beeld beschikbaar gekomen van (bijna) de totale omvang van de mogelijke bodemverontreiniging. Deze informatie kan nu ook digitaal geraadpleegd worden op www.fryslan.nl/bodemloket  (externe site) . In Fryslân gaat het om ongeveer 75.000 locaties (buiten de gemeente Leeuwarden). Van circa 50.000 locaties wordt verwacht dat er sprake is van geen of een lichte mate van bodemverontreiniging. Van zo'n 25.000 locaties moeten nader worden onderzocht of ze een risico kunnen zijn voor mensen en dieren, natuur of voor bijvoorbeeld waterwingebieden. Zonodig zal de bodem gesaneerd moeten worden of beveiligingsmaatregelen getroffen moeten worden.

In 2004 zijn in heel Nederland inventarisaties afgerond naar locaties waarvan de bodem mogelijk verontreinigd is. Hiermee is voor het eerst een landsdekkend beeld beschikbaar van de totale omvang van de bodemverontreiniging. Provincies en gemeenten hebben Hinderwetarchieven en andere bronnen bekeken die kunnen duiden op historische (bedrijfs)activiteiten, waardoor mogelijk de bodem verontreinigd is. De gemeente Leeuwarden heeft het onderzoek zelf uitgevoerd omdat ze zelf bevoegd gezag is in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb).
Op een deel van de 75.000 locaties (circa 20%) zijn al historische onderzoeken en bodemonderzoeken uitgevoerd en eventuele saneringen begonnen of afgerond. Landelijk wordt er vanuit gegaan dat 10% van de locaties met mogelijk een ernstige mate van bodemverontreiniging daadwerkelijk gesaneerd zullen moeten worden. Van de 25.000 locaties in Fryslân komt dat dan neer op circa 2.500 locaties. De meeste locaties leveren geen onaanvaardbaar risico op en kunnen worden aangepakt wanneer er nieuwbouw, wegaanleg of eigendomsoverdracht plaatsvindt.

Eerst (bodem)onderzoek
Een bepaalde mate van bodemverontreiniging hoeft in veel gevallen niet direct een probleem op te leveren. In veel gevallen zal historisch onderzoek inzake de betreffende verdachte locatie kunnen uitwijzen of er voldoende aanleiding is om ook bodemonderzoek te laten uitvoeren. Met een oriënterend bodemonderzoek en/of een nader bodemonderzoek kan vastgesteld worden of er inderdaad sprake is van bodemverontreiniging, en zo ja, in welke mate en van welke omvang. Op basis van een nader onderzoek kan de provincie bepalen of er een noodzaak is tot gedeeltelijke of gehele sanering van de locatie en of er beveiligingsmaatregelen getroffen moeten worden. Daarbij zal ook de huidige en/of toekomstige bestemming en het gebruik van de locatie een rol spelen uit welke saneringsvarianten kan worden gekozen.

Het rijksbeleid is er op gericht dat voor het aanpakken van de bodemproblematiek in eerste instantie de marktpartijen (eigenaren, gebruikers, projectontwikkelaars, etc.) het initiatief nemen om waar nodig de bodem te onderzoeken en eventueel te saneren, en zorg dragen voor de financiering. De taak van de overheid is met name gericht op het toezien dat er voortgang plaats vindt in de aanpak van de bodemlocaties

Werkvoorraad
De inventarisatie die nu is gedaan noemen we de werkvoorraad aan (mogelijk) verontreinigde locaties. Uiterlijk in 2030 moeten deze locaties zijn gesaneerd of in een beheersbare situatie zijn. Wat er met welke locaties precies moet gaan gebeuren is mede afhankelijk van het nieuwe saneringscriterium dat het ministerie van VROM, in overleg met provincies en gemeenten, aan het ontwikkelen is. Aan de hand van dat criterium kan mede worden bepaald bij welke functies c.q. bestemmingen van de locatie sanering van de bodem noodzakelijk is en binnen welke termijn dat dan uitgevoerd zal moeten worden.

Gedeputeerde staten hebben besloten de resultaten van de "Inventarisatie potentiële locaties met mogelijke bodemverontreiniging" toegankelijk te maken via de website van de provincie Fryslân, op www.fryslan.nl/bodemloket (externe site) . Eigenaren en gebruikers van de betreffende locaties kunnen op deze site kennis nemen of gegevens beschikbaar zijn over de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging op of in de bodem van hun bedrijfsterrein en grond(en). Verder staat op deze site algemene informatie over bodemonderzoeken en bodemsaneringen.

(bron: persbericht provincie Fryslan)


Wat is bodemverontreiniging? in Utrecht

Utrechters wonen op een meters dikke afvallaag van onze voorouders. Die hadden nog geen vuilnisbakken en vuilnisbelten. Utrecht is ook nog vervuild door oude gasfabrieken, benzinestations en lekkages van ondergrondse olietanks.

In het stripverhaal laten we zien hoe de stad vervuild raakte met lood.

Hoezo vervuild?
In grond komen van nature allerlei stoffen voor. Dit is nodig, anders kunnen er geen planten op groeien. Maar mensen hebben van alles aan de bodem toegevoegd. Soms zit er dan meer van een stof in dan goed voor ons is. Alleen mensen zijn dus de oorzaak van bodemverontreiniging.

In Utrecht vinden we bijvoorbeeld:

  • zink van dakgoten
  • lood van oude waterleidingen en lood uit benzine en puin
  • cocktail van metalen uit geglazuurde dakpannen potscherven
  • koper van dakbedekking
  • PAK´s (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) door branden, teer, asfalt en de asla uit kachels
  • olie door tankstations, olietanks bij huizen, olie verversen
  • oplosmiddelen door lekkages bij chemische wasserijen, drukkerijen en metaalverwerkers
  • cyaniden door gasfabrieken (Griftpark)

Is het erg?
Soms wel. Een kropje sla op vervuilde grond, kan de stoffen opnemen. Als we die sla eten, komt het in ons lichaam. En dat kan schadelijk zijn. Een voorbeeld hiervan is een
volkstuin aan de Gageldijk.
Olie kan in het grondwater verspreiden. Als dat in een drinkwaterwingebied is, dan proef je dat.
Vervuiling kun je ontdekken door
bodemonderzoek te doen. In een bodemonderzoek past ook een risicobeoordeling.
Als er risico´s zijn voor de gezondheid, voor het milieu of voor verspreiding, spreken we van een
ernstig geval van bodemverontreiniging. Dan is het nodig de verontreiniging op te ruimen (saneren).

 

Bodemonderzoek

Soms lijkt het eindeloos voordat een bodemonderzoek klaar is. Eerst kijken we op grof niveau en als de grond vervuild is, meten we nauwkeuriger. Lees verder hoe een bodemonderzoek gaat.

Wie doet bodemonderzoek?
De eigenaar van de grond moet meestal het onderzoek regelen. Soms is dat een bedrijf of een particulier, soms de gemeente.
Bedrijven die bodemonderzoek doen staan in de Gouden Gids bij het onderwerp bodemonderzoek of milieu-onderzoek. Vraag vrijblijvend meerdere offertes op, want de prijzen kunnen verschillen. Een eerste onderzoek is meestal een NEN 5740. Het adviesbureau weet daarvan. Als u advies over de offerte wilt, kunt u contact met ons opnemen.

Wij kunnen u helpen
Wij hebben al veel bodemrapporten in ons archief. Als u uw grond wilt laten onderzoeken is het handig eerst de gegevens over uw terrein opvragen bij adres. Als er een bodemonderzoek is, kunt u dat bij ons komen inzien. U vindt ons bij contact. Als er niets bekend is, moet u zelf het bodemonderzoek organiseren. Voor vragen kunt u altijd bij ons terecht.

U kunt ons helpen
De gemeente wil graag een overzicht krijgen van de bodemkwaliteit in de stad. Zo kunnen we voorspellen of ergens de grond vervuild zal zijn of niet. U kunt ons helpen door uw onderzoek aan ons te sturen. Wij bewaren het in het archief en verwerken het in onze digitale kaart. Zo krijgen we steeds meer kennis van de stad.

Historisch onderzoek
Ook wel vooronderzoek genoemd. Elk onderzoek begint met een duik in de geschiedenis. Om te weten of we op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging verwachten. In Utrecht zijn alle archieven die hier mee te maken hebben gebundeld in een gemeentedekkend beeld bodemkwaliteit. Vraag bij adres de historische informatie op.

Verkennend onderzoek
Uit het historische onderzoek blijkt wat we kunnen verwachten in de bodem. Dan moeten er bodemmonsters komen. Op verdachte plaatsen, bijvoorbeeld bij een ondergrondse olietank, komen altijd wat extra boringen.
Veldwerkers gaan op pad met een grondboor. Ze beschrijven precies wat ze zien in de grond. Potjes met grond brengen ze naar het laboratorium, dat sommige grondmonsters mengt. Dat is goedkoper om te onderzoeken.
De resultaten komen in een rapport en de opdrachtgever weet hoe het met de bodem is gesteld.

Aanvullend onderzoek
Soms is de grond verontreinigd. Omdat grondmonsters in het verkennend onderzoek meestal zijn gemengd, weet je dan niet of alle boorpunten vies waren. Misschien was het er maar één. Die monsters worden dan afzonderlijk nog eens geanalyseerd. Soms is in een aanvullend onderzoek een beetje extra veldwerk nodig.

Nader onderzoek
Als uit het verkennend onderzoek blijkt dat de bodem vervuild is, moet er meer onderzoek komen. Nog meer veldwerk en meer boringen dus. Uit het nader onderzoek leren we:

  • welke stoffen het zijn
  • waar de vlek precies is (ook bij de buren?)
  • hoe diep de vervuiling zit (ook in het grondwater?)
  • of er risico is voor mensen of het milieu
  • of het zich kan verspreiden, en zo ja, hoe snel dat zal gaan
  • of saneren nodig is en hoe snel dat moet
  • wie de bodem heeft vervuild (is niet altijd duidelijk)

Als er bodemverontreiniging is, moet u dat aan de gemeente melden. De resultaten van het nader onderzoek komen in de krant. Elke 14 dagen kunt u dat lezen in Ons Utrecht bij de gemeente informatie en bij lopende procedures. U leest dan of de bodem ernstig is verontreinigd en wel/niet urgent is voor sanering.

Saneringsonderzoek
Bij erge vervuiling is saneren nodig. Soms is het handig om de vieze grond weg te graven en te laten reinigen. Soms kunnen bacteriën de grond reinigen. De ene variant is sneller, de andere goedkoper. Het saneringsonderzoek zet alle voor- en nadelen op een rijtje.
Als de juiste saneringsvariant bekend is, moet er een saneringsplan komen. Dat beschrijft precies hoe de sanering gaat en dan begint de organisatie.

Monitoringsonderzoek
Soms is saneren niet nodig maar moet de verontreiniging gevolgd worden (monitoren). Bijvoorbeeld omdat het in het grondwater kan verspreiden. Elk jaar is dan een klein bodemonderzoek nodig om te zien of de vlek groter is geworden.
Van te voren is besloten wat nodig is als de vervuiling groter wordt. Als er een paar jaar niets verandert, hoeft monitoren niet meer jaarlijks.

Gewasonderzoek
Soms kan er risico zijn als u groente uit eigen tuin eet. Dat is alleen zo als u vrijwel al uw eten uit eigen tuin haalt. Uit berekening blijkt of de vervuiling van de grond in de planten komt, maar het is beter direct in de plant te gaan meten. Bij gehalten vervuiling boven de warenwetnorm raden we mensen af de groente te eten.

Luchtonderzoek
Sommige stoffen verdampen uit de grond naar de woning. Vaak ruik je het niet, maar op den duur kan zoiets toch een risico voor de gezondheid zijn. Als er kans op verdamping met een gevaarlijke stof is kan een pomp in de woning een tijd lang lucht aanzuigen. Het laboratorium analyseert de lucht. Bij risico´s is saneren nodig. Voordat het zover is kan een pomp in de kruipruimte de ruimte ventileren.