Oude Vergiftige Stortplaatsen in Nederland

Provincie faalt bij aanpak oude stortplaatsen

16-06-2003 • De Statenfractie van de Socialistische Partij (SP) heeft tijdens de commissievergadering Economie en Milieu van 11 juni j.l. de handelswijze van de provincie rond het saneren van oude stortplaatsen fel bekritiseerd.

Onlangs verscheen een onderzoeksrapport waaruit bleek dat er rondom honderden voormalige stortplaatsen in Gelderland sprake is van (deels ernstige) risico's voor het milieu en de gezondheid van mens en dier.

 

De acute risico's betreffen enerzijds het feit dat de afdeklaag vaak te dun is. Daardoor kunnen omwonenden, spelende kinderen en ook dieren gemakkelijk in contact komen met uiterst gevaarlijke stoffen.

Daarnaast is er sprake van het weglekken van stoffen in het grond- en slootwater. Dit laatste brengt risico's met zich mee voor het vee, dat uit sloten drinkt.

Al in 1989 kreeg de provincie opdracht, op grond van het Nationaal Milieu Beleidsplan, om alle oude stortplaatsen te onderzoeken.

De provincie bleef echter 9 jaar lang met de handen over elkaar zitten. Pas in 1998 werd de onderzoeksopdracht gegeven aan een adviesbureau, en in januari 2003 werden de resultaten epresenteerd.

In een groot aantal gevallen betreft het voormalige stortingen van vuilnis door gemeenten. Het gevolg van dit lakse optreden van de provincie is, dat tal van gemeenten niet meer aansprakelijk gesteld kunnen worden voor het feit, dat ze voor 1969 soms zeer giftige vuil hebben gestort op grond van particulieren.

In verband met een verjaringstermijn van 30 jaar, op grond van de Wet Bodembescherming (WBB), zijn particuliere eigenaren per 1 januari 2000 zelf aansprakelijk voor onderzoeks- en saneringskosten.

Volgens gedeputeerde Aalderink hebben tot nu toe ongeveer 50 particulieren geweigerd aan het onderzoek medewerking te verlenen. Men wil eerst duidelijkheid over wie er voor eventuele saneringskosten opdraait. Gezien het bovenstaande valt dat te begrijpen.

Namens de SP sprak Toine van Bergen tijdens de commissievergadering van 11 juni over falend bodembeleid: “Negen jaar, van 1989 tot 1998 , is men met de handen over elkaar blijven zitten. Daardoor zijn de gezondheidsrisico's van mens en milieu op het spel gezet, en bovendien is aan gemeenten de kans geboden om per 1 januari 2000, ten koste van particulieren, hun aansprakelijkheid te ontlopen.”