Onderaan dit blokschema krijgt u puntsgewijze uitleg en verdere belangrijke informatie
 


Blokschema ôvan hoog problematisch afval tot groene stroom  


Puntsgewijze toelichting van bovengenoemd blokschema
, door Ing. Ad van Rooij
 
Aan de hand van bijgevoegd blokschema "van hoog problematisch afval tot groene stroom" kan ik u dat puntsgewijs perfect uitleggen.
1.        De metaalindustrie petrochemische industrie produceren jaarlijks tonnen hoogproblematisch gevaarlijk afval.
2.        Dit hoogproblematische gevaarlijke afval kan niet worden verwerkt in afvalverbrandingsinstallatie's (AVI).
3.        Dit hoog problematisch gevaarlijke afval moet eeuwig worden opgeslagen, hetgeen deze metaalindustrie/petrochemische industrie enorm veel geld kost.
4.        De Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft onze Bestrijdingsmiddelenwet vastgesteld. Deze Bestrijdingsmiddelenwet kent een tweetal ernstige tekortkomingen, te weten:
a.        Deze wet houdt geen rekening met de afvalfase van het bestrijdingsmiddel.
b.        Op grond van deze wet behoeven de niet-werkzame chemische stoffen niet te worden genoemd.
Met deze ingebrachte tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet wordt het hoogproblematisch gevaarlijk afval van de metaalindustrie/petrochemische industrie, aangevuld met een bepaalde hoeveelheid werkzame stoffen om aan het toegelaten percentage te komen, omgezet tot een bestrijdingsmiddel voor het impregneren van hout.
5.        Het onder 'punt 4' gemaakte bestrijdingsmiddel wordt verkocht aan houtimpregneerbedrijven. De minister van VROM heeft in mei 1992 voor zo'n 35 Nederlandse houtimpregneerbedrijven de "circulaire betreffende werkprogramma milieumaatregelen bij houtimpregneerbedrijven" vastgesteld. Overeenkomstig deze circulaire is aan alle Nederlandse houtimpregneerbedrijven milieuvergunning verleend. Deze circulaire houdt geen rekening met de gebruiks- en afvalfase van het ge´mpregneerde hout. Met deze ingebrachte tekortkomingen in de aan de Nederlandse houtimpregneerbedrijven verleende milieuvergunningen mogen deze bedrijven schoon hout tot aan de kern toe volpersen met het onder 'punt 4' genoemde bestrijdingsmiddel en daarvan 'ge´mpregneerd hout' maken.
6.        Dit ge´mpregneerde hout wordt verkocht aan andere bedrijven waaronder timmerfabrieken. Deze timmerfabrieken maken daarvan tuinhekjes, tuinhuisjes, kinderspeeltoestellen, bouwhout voor in de ecologische woningbouw e.d. Al dan niet overgeverfd overeenkomstig wensen van de consument.
7.        De gebruiksfase van dit ge´mpregneerde hout bedraagt gemiddeld zo'n 10-30 jaar afhankelijk van de toepassing. Daarna komt het in de afvalfase terecht.
8.        Dit ge´mpregneerde hout komt in de afvalfase vrij als sloophout.
9.        In Nederland staat op dit moment zo'n 12 miljoen m3 met arseen en/of chroom VI ge´mpregneerd hout uit. Elke m3 hout (500 kg.) bevat zo'n 2 Ó 3 kg. Chroom VI. Dit ge´mpregneerde hout sloophout moet overeenkomstig de Eural daarom als gevaarlijk afval worden verwijderd en verwerkt. Dit al dan niet overgeschilderde ge´mpregneerde sloophout valt in de afvalfase visueel niet te onderscheiden van het overige sloophout. Onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door Stichting Advisering Bestuursrechtspraak heeft dat uitgewezen. Dit gevaarlijke sloophoutafval mag om die reden dan ook niet worden vershredderd met niet gevaarlijk sloopafval.Bij uitspraak F03.98.0171 e.v. van 18 augustus 1998 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak op grond van de volgende overwegingen: Uit de door de Stichting Advisering bestuursrechtspraak uitgebrachte deskundigenbericht is gebleken dat verduurzaamd hout niet visueel valt te onderscheiden van onbehandeld hout. dan ook beslist dat betreffend sloophout niet mag worden vershredderd. Deze bindende uitspraak van de Raad van State wordt echter al ruim 4 jaar lang door alle provincies genegeerd. Het vershredderen van sloophout en het vermalen tot poeder is op grond van deze feiten wettelijk verboden.
10.      Nadat het onder 'punt 9' genoemde (gevaarlijke) sloophoutafval is vershredderd en verpoederd wordt het biomassa of secundaire brandstof genoemd.
11.     De onder 'punt 10' genoemde biomassa wordt door o.a. Nuon tot in een concentratie van 40% bijgestookt in de kolengestookte elektriciteitscentrales voor de opwekking van groene stroom. Hiervoor krijgen Nuon en Essent grote bedragen aan subsidie van onze overheid; waaronder terugbetaling REB-belasting. De 12 miljoen m3 toekomstig gewolmaniseerd sloophout dat in Nederland op dit moment uitstaat bevat in het totaal zo'n 13 miljoen kg. arseen en zo'n 30 miljoen kg. chroom VI, zijnde zwarte lijststoffen. Door dit sloophout als biomassa mee bij te stoken in de kolengestookte elektriciteitscentrales voor de opwekking van groenen stroom betekent dat deze miljoenen kilogrammen arseen en chroom VI
12.     ˛f in het vliegas achterblijven en door toevoeging aan cement, asfalt, stenen en e.d. in bouwmaterialen verder diffuus worden verspreidt, met alle rampzalige gevolgen van dien. Zware metalen kun je immers niet verbranden en zijn over een miljoen jaar nog even giftig en gevaarlijk.
13.     ˛f via de schoorsteen diffuus verspreid over de omgeving worden uitgestoten dat vervolgens weer met neerslag mee over de mensen, dieren, groente, fruit e.d. wordt verspreid waarna het in de bodem in oppervlaktewater terechtkomt. Zware metalen kun je immers niet verbranden en zijn over een miljoen jaar nog even giftig en gevaarlijk.
 
CONCLUSIE.

 
Op de hierboven beschreven wijze verspreiden van miljoenen kilogrammen arseen en chroomVI via o.a. cement is in strijd met de Arbowet. Dit omdat het hier gaat om genotoxische kankerverwekkende stoffen. De zwaarste klasse ( klasse 1) aan kankerverwekkende stoffen. De Arbowet schrijft maximaal voorkomingsbeleid van deze stoffen aan de bron voor
.
Dus niet aan de cement toevoegen op de hierboven beschreven wijze.

Sinds  vandaag beschik ik over de bewijzen dat als gevolg hiervan de cement in Nederland meer dan 10 ppm oplosbaar chroom VI bevat.
Dit is in strijd met met het op 27 maart 2003 door het Europees Parlement genomen besluit ( dossier 76/769/EEC ) Op grond van dat besluit mag er namelijk niet meer dan 2 ppm oplosbaar chroom VI in zitten. Oplosbaar chroom VI is een genotoxisch carcinogeen. Dit betekent dat het de zwaarste klasse ( klasse 1) van kankerverwekkende stoffen betreft, waarvoor de Arbowet in Nederland een maximale brongerichte aanpak en voorkomingsbeleid voorschrijft. Ondanks deze wetenschap is in Nederland geen cement te koop met minder dan 2 ppm oplosbaar chroomVI . Dit in tegenstelling met Duitsland en de Scandinavische landen daar is men wettelijk verplicht om cement te gebruiken met minder dan 2 ppm oplosbaar chroom VI. Dit betekent dat de Nederlandse overheid alle bouwbedrijven verplicht om met cement te werken met meer dan 10 ppm en daarmee in strijd met de Arbowet. Dit om daarmee de hierboven beschreven gigantische milieucriminalieit behulpzaam te zijn. Duizenden Nederlandse bouwvakkers zullen als gevolg daarvan sterven aan een toekomstige kanker. Dit mag toch niet doorgaan ??        
 
Ook de Europese Commissie vindt dat, lees hierover hun brief  van 4 maart 2003 aan mij. 


 

http://www.polie.nl