Geen veilige afvalverwerking PVC

Onzichtbare chemie
© mei 2003 Stichting Greenpeace Nederland http://www.greenpeace.nl

Ftalaten. Dit zijn weekmakers voor zacht PVC, toegepast in vloerbedekking, speelgoed en dekzeilen. Maar ze worden ook gebruikt in parfum en cosmetica. Ftalaten kunnen lever- en nierschade veroorzaken en staan op de internationale lijst van kankerverwekkende stoffen. Uit onderzoek blijkt dat ze hormoonverstorend werken in het voortplantingssysteem van zoogdieren (CSTEE, 1998).
· Broomhoudende brandvertragers. Stoffen die voorkomen dat producten snel brand vatten. Ze zitten in talloze kunststofproducten, van bankstel tot computer. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat deze stoffen hormoonverstorend werken en de motorische ontwikkeling van (ongeboren) kinderen kunnen verstoren (Feeley et al, 2000).

Bisfenol-A
Dat bisfenol-A invloed kan hebben op de hormoonhuishouding is niet verbazingwekkend. De stof is in de jaren dertig ontwikkeld door chemici die op zoek waren naar nieuwe synthetische hormonen. Eind jaren dertig werd de hormonale werking van bisfenol-A aangetoond (Dodds and Lawson, 1936, 1938). In 1946 produceerde DuPont voor het eerst polyester op commerciële basis. De stof wordt toegepast als grondstof voor de synthese van polymeren, zoals polyester en andere plastics. Bovendien wordt bisfenol-A gebruikt in pesticiden, als schimmelwerend middel, als antioxidant, als brandvertrager en als stabilisator in PVC.

Toepassing
In allerlei dagelijkse producten is bisfenol-A te vinden. Plastic zeilen, nagellak, cd's, isolatiemateriaal in auto's en elektronische apparaten zijn slechts enkele voorbeelden. Maar ook in de coatings van blikjes en plastic flessen zit bisfenol-A. De stof lekt relatief makkelijk uit producten als ze is toegepast als antioxidant, schimmelwerend middel of stabilisator, want de bisfenol-A zit dan `los' in het product. Dat wil zeggen: de stof is niet chemisch gebonden aan het product. Ook in plastics blijft `los' bisfenol-A achter. Alleen al in de EU werd in 1999 840.000 ton bisfenol-A geproduceerd (WWF, 2000).

Alternatieven
Ooit werden de uitvinders van deze chemische stoffen geprezen, vanwege de toepasbaar- heid in tal van producten. Maar de concentraties die we aantreffen in het regenwater tonen de keerzijde van deze medaille. Producenten kunnen zich niet langer verschuilen achter het `onvermijdelijke' gebruik van deze schadelijke stoffen. Alternatieven bestaan voor bijna alle stoffen. Vervangers voor broomhoudende brandvertragers zijn onder meer fosforesters zonder broom of chloor, magnesium hydroxide en aluminium trihydraat. Ook bestaan speciale verfsoorten en lakken waarmee hout of staal brandvertragend wordt gemaakt. Ftalaten worden voor negentig procent gebruikt om PVC flexibel te maken (VROM, 2002). PVC-producten als elektriciteitskabels zijn vaak makkelijk te vervangen door minder schadelijke plastics als PE en PP. In plaats van vinyl kunnen linoleum, plavuizen of hout de vloer bedekken. Alternatieven voor PVC-speelgoed zijn speeltjes van stof, hout of minder schadelijke plastics. Voor een aantal producten is vermoedelijk nog geen alternatief beschikbaar. In die gevallen moet de (chemische) industrie prioriteit geven aan het ontwikkelen van onschadelijke alternatieven. Wat wil Greenpeace

· Onmiddellijk verbod op productie en gebruik van POP's
· De industrie moet overstappen op schone productieprocessen en onschadelijke alternatieven - indien deze   niet voorhanden zijn moet zij deze zo snel mogelijk ontwikkelen

· Chemische stoffen pas produceren als vaststaat dat ze daadwerkelijk onschadelijk zijn

· Volledige openbaarheid van proces- en productsamenstelling, inclusief de effecten en stofeigenschappen

Bron: Nieuwsbank

Kies geen vinylschroten, want die zijn gemaakt van pvc.

Kunststof kozijnen worden gemaakt van PVC (polyvinylchloride). Bij de productie van PVC komen zeer giftige en/of kankerverwekkende stoffen vrij (vinylchloride, dichloorethaan en dioxines).


Geen veilige afvalverwerking PVC

De Europese Commissie publiceerde eind juli een langverwacht Green Paper over PVC (polyvinylchloride). De conclusies zijn zo schokkend als de milieubeweging al decennialang beweert: er is geen enkele manier om PVC-afval veilig te verwerken.
 

Het Green Paper baseert zich op vijf wetenschappelijke studies naar de gevolgen van PVC voor het milieu en de gezondheid van mensen. Het is een beleidsnotitie, dat zich vooral richt op de (on)mogelijkheden om PVC-afval te verwerken: storten, verbranden of hergebruiken. Uit PVC-afval dat op een stortplaats wordt gedumpt, lekken gedurende een zeer lange periode nog gevaarlijke weekmakers en mogelijk ook gevaarlijke stabilisatoren. Verbranding maakt het probleem alleen nog maar groter. Bij de verbranding van een kilo PVC in de Europese Unie wordt 0,4 – 1,4 kilo gevaarlijk afval gevormd, afhankelijk van de verbrandingsvorm. Toch, stelt de commissie in het rapport, vervijfvoudigt het aandeel van verbranding in de PVC-afvalverwerking in de komende twintig jaar.
 

Hergebruik?
Hergebruik van PVC-afval draagt volgens de commissie onvoldoende bij aan de oplossing van het afvalprobleem. Op dit moment wordt drie procent opnieuw gebruikt, maar van tweederde hiervan blijft kwalitatief zo weinig over dat het nieuw PVC niet kan vervangen. De publicatie wijst bovendien op de gevaarlijke additieven in PVC-afval, die bij hergebruik worden verspreid over nieuwe producten. Hoogwaardig hergebruik van PVC-afval, waarbij dus geen lood, cadmium of PCB’s in de hergebruikte producten terechtkomen, kan in 2020 slechts vijf procent van het afvalprobleem oplossen. Geen enkele methode is dus veilig voor mens en milieu. Toch neemt de hoeveelheid PVC-afval – in een ongewijzigd scenario – de komende twintig jaar toe met maar liefst tachtig procent: van 4,1 tot 7,2 miljoen ton per jaar.


Onverantwoord
De conclusie is onontkoombaar: PVC moet zo snel mogelijk worden uitgebannen. Het bevat gevaarlijke en giftige stoffen en er bestaat geen effectieve methode om van die stoffen af te komen. Ze blijven een bedreiging vormen voor het milieu en de gezondheid van mensen. Uit dit Green Paper blijkt volgens de milieubeweging dan ook duidelijk dat het onverantwoord is om een dergelijk materiaal nog langer te fabriceren. Productie en gebruik moeten zo snel mogelijk worden uitgefaseerd. Het bestaande PVC-afval dient volledig te worden gescheiden van ander afval en veilig opgeslagen tot er een goede verwerkingstechnologie is ontwikkeld. De kosten daarvan zijn voor rekening van de producenten.

TBT ook in PVC

Dat PVC in de productie- en in de afvalfase veel milieuvervuiling veroorzaakt is bekend. Maar ook allerlei toevoegingen aan PVC zijn bronnen van verontreiniging. Afhankelijk van de toepassing heeft PVC een scala aan additieven nodig. De belangrijkste zijn stabilisatoren (cadmium-, lood- en organotinverbindingen) en weekmakers (ftalaten). Deze stoffen zijn slecht voor het milieu en vormen een risico voor de gezondheid. Dit jaar bleek naast de meest gebruikte organotinverbindingen in PVC, monobutyltin (MBT) en dibutyltin (DBT), ook tributyltin (TBT) te worden aangetroffen. TBT is ongetwijfeld één van de giftigste stoffen die bewust door de mens in het (zee)milieu wordt verspreid. De voornaamste toepassing is in aangroeiwerende scheepsverf, die waarschijnlijk per 2003 wordt verboden voor de commerciële scheepvaart. Met name Duits onderzoek toont aan dat TBT in veel meer (PVC-)producten zit. Öko-test onderzocht in mei zestien vinyl vloerbedekkingen: in vijftien werd TBT aangetroffen, met een maximale concentratie van 3250 microgram per kilo.



De studies zijn te vinden op:
www.europa.eu.int/comm/environment/waste/facts_en.htm
 

Bron: Groen en Geel