NATUUR, MILIEU EN DUURZAAMHEID

Datum: 26-11-2006

Inleiding

Om het ecosysteem in Nederland en mondiaal in evenwicht te brengen zijn veranderingen op velerlei gebied noodzakelijk, die allemaal gericht moeten zijn op het stoppen van de afbraak van de natuur, van het uitsterven van dieren plantensoorten, van de milieuvervuiling en van het niet-duurzame gebruik van eindige grondstoffen. Gestreefd moet worden naar stimulering van elke vorm van duurzame ontwikkeling .

Natuur
Maatregelen
1.1 Het door de mens in gebruik nemen van natuurgebieden dient, gelet op het huidige
  niveau van exploitatie en vernietiging, niet verder te worden uitgebreid.
1.2 De productie van hout en palmolie dienen zo duurzaam mogelijk plaats te vinden,
  waarbij voor hout minimaal volgens de normen van de Forest Stewardship Council
  (FSC) wordt gewerkt.
1.3 De ontwikkeling van een Europese ecologische hoofdstructuur dient krachtig te
worden bevorderd. Hiertoe dienen de lidstaten van de EU binnen het kader van de
  Habitatrichtlijn ‘Speciale Beschermingsgebieden’ (Special Protection Areas) aan te
  wijzen. Veel lidstaten vertragen de totstandkoming van deze gebieden bewust om
  zo economische belangen voorrang te kunnen geven. De aangewezen speciale
  natuurgebieden worden nauwelijks beschermd.
1.4 Er moet een importverbod komen op illegaal gekapt hout. De EU dient
  ontwikkelingslanden te steunen bij duurzaam bosbeheer en het tegengaan van
illegale houtkap.

Van dierlijke eiwitten naar plantaardige eiwitten

Een groeiend deel van de mondiale granen sojaproductie is bestemd voor de veeteelt. Nu al is 400 miljoen hectare, een kwart van alle landbouwgrond op de wereld, in gebruik voor de productie van veevoer. Grote oppervlakten landbouw en bosgrond worden in exploitatie genomen, wat vaak ten koste gaat van de mensen en dieren die daar verblijven. Om dit proces te stoppen is een meer plantaardig voedingspatroon gewenst, dat minder beslag legt op landbouwgrond dan de veeteelt, zeker de bioindustrie. Dat verlicht de druk op de schaarser wordende landbouwgronden, die weer aan de natuur teruggegeven kunnen worden of voor de productie van voedsel voor mensen gebruikt kunnen worden. De conclusies uit het onderzoek‘PigsorPeas’(april 2006) van Profetas, een onderzoeksgroep van 19 wetenschappers van 3 universiteiten zijn helder: vermindering van de vleesconsumptie ten gunste van plantaardige eiwitbronnen is broodnodig en levert een enorme verbetering op met betrekking tot energieverbruik, biodiversiteit, volksgezondheid, diergezondheid en dierenwelzijn. De onderzoekers concluderen tevens dat een lagere vleesconsumptie ook kan helpen om de door ziektes en crises geteisterde vleeseconomie weer in het gareel te krijgen.

Maatregelen

1.5 De overheid dient zich in te zetten voor een meer plantaardig georiënteerd voedingspatroon. De omschakeling van de consumptie van dierlijk eiwit naar plantaardig eiwit wordt gestimuleerd door middel van voorlichting, een BTW nultarief op vleesvervangers en een fiscale vrijstelling voor investeringen in de productie en ontwikkeling van vleesvervangers.

Energie

Een essentiële factor in onze huidige cultuur is de beschikbaarheid van energie, voor de opwekking waarvan in toenemende mate fossiele brandstoffen zijn ingezet zoals kolen, gas en olie. Deze brandstoffen zijn eindig en de verbranding leidt tot ernstige vervuiling op mondiaal niveau. Het gebruik van biomassa voor de opwekking van elektriciteit biedt onvoldoende soelaas: het legt beslag op (landbouw)grond en gaat ook met de uitstoot van CO2 gepaard.

Maatregelen
1.6 Een aanzienlijke reductie van het energiegebruik en een omschakeling naar
  duurzame energiebronnen zoals zon, water en wind zijn noodzakelijk. Hiervoor
  dienen geschikte subsidiemogelijkheden te worden ontwikkeld.
1.7 Voor het gebruik van energie en water wordt een progressief tarief gehanteerd.
1.8 Lichtvervuiling door gebouwen, kassen en verkeerswegen dient vanwege
  energiebesparing en het welzijn van mens en dier drastisch te worden beperkt.
1.9 Alle nieuwe bouwwerken en woningen dienen energiezuinig te worden
  geconstrueerd, waardoor het gemiddelde energiegebruik meer dan de helft moet
  dalen. De bouwmaterialen dienen op een duurzame wijze geproduceerd te worden.
1.10 Er dient meer belasting geheven te worden op milieuvervuilende activiteiten en
stoffen.
1.11 Er komt een accijns op vliegtuigbrandstoffen.
1.12 Gebouwen waarvan het casco nog goed is, mogen niet meer afgebroken worden.
1.13 Gebruiksvoorwerpen dienen energiezuiniger te worden en het hergebruik van
  (bouw) materialen moet krachtig bevorderd worden, onder andere door de
  reparatie van goederen te stimuleren. In het algemeen dient spaarzaam gedrag te
worden bevorderd.
1.14 De opwekking van kernenergie bergt onaanvaardbaar grote gevaren in zich,
  veroorzaakt een enorm afval en veiligheidsprobleem en dient daarom te worden
afgeschaft.

Vervoer

De Nederlander is zeer mobiel. De afstanden in ons land zijn relatief klein en gemakkelijk te overbruggen. De mobiliteit vormt echter een steeds groter probleem in de vorm van files en milieubelasting, voor het stimuleren van minder woonwerkverkeer en het stimuleren van milieuvriendelijker vervoer. Vermindering van het vervoer en energiearm vervoer dienen daarom door de overheid bevorderd te worden.

Maatregelen

  1. Verkeerswegen voor het gemotoriseerde verkeer worden niet meer aangelegd en verbreed zonder natuur en milieucompensatie in de eigen regio. Knelpunten in het wegennet dienen in principe opgelost te worden via compenserende maatregelen in de OV- infrastructuur.

     

  2. De verbinding A6A9 langs het Naardermeer. Evenals de verlenging van de A4 MiddenDelfland gaat niet door. Aanleg van wegen door of langs bestaande natuurgebieden zullen niet worden uitgevoerd.

     

  3. Het openbaar vervoer moet hoge prioriteit krijgen teneinde het energieverbruik en de luchtvervuiling te verminderen. Het openbaar vervoer moet tot een zeer klantvriendelijke bedrijfstak worden getransformeerd. De tarieven dienen aanzienlijk verlaagd te worden en de frequentie en beschikbaarheid moeten worden verhoogd. Bijna gratis openbaar vervoer dient te worden ingezet, om daarmee de

     

aanleg van wegen te voorkomen, files op te lossen en een aanzienlijke reductie van
de uitstoot van gassen te realiseren.
1.18 Er komt een snelle OV verbinding tussen het Noorden van ons land en de Randstad.
1.19 De toepassing van milieuvriendelijkere automotoren dient verder gestimuleerd te
  worden door middel van een verlaging van de houderschapsbelasting en fiscaal
  voordeel bij aankoop van voertuigen met deze motoren.
1.20 Inkomsten uit fiscale maatregelen die als doel hebben het autogebruik terug te
  dringen, dienen direct ten goede te komen aan de verbetering van openbaar
vervoer.
1.21 Het personenvervoer over water dient gestimuleerd te worden.
1.22 Het vervoer per fiets moet gestimuleerd worden door de aanleg van meer
  fietspaden. Bestaande fietspaden moeten beter worden onderhouden.
1.23 De fiets van de zaak moet weer fiscaal aantrekkelijk worden gemaakt.

Diverse punten

Maatregelen

  1. Groene sparen beleggingsregelingen dienen gestimuleerd en uitgebreid te worden met alle vormen van duurzame ontwikkeling.

     

  2. Het gebruik van milieubelastende middelen, waaronder gevaarlijke impregneermiddelen voor hout, dient verboden te worden. Tevens dient er een strenger handhavingbeleid ingesteld te worden. En gedoog vergunningen onmiddellijk te worden herzien om ze zo snelmogelijk in te trekken.

     

  3. Er wordt een weg- werptax ingevoerd voor milieuonvriendelijke verpakkingen.

     

  4. Er dient statiegeld te komen op blik, plastic, en Pvc artikelen.

     

EEN BETERE SAMENLEVING VOOR IEDERE NEDERLANDER.